Vervoeging van afbladeren
Onbepaalde wijs (infinitief): afbladeren
Er is helaas geen Franse vertaling gevonden.
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- ik blader af
- jij bladert af
- hij/zij/het bladert af
- wij bladeren af
- jullie bladeren af
- zij bladeren af
Onvoltooid verleden tijd
- ik bladerde af
- jij bladerde af
- hij/zij/het bladerde af
- wij bladerden af
- jullie bladerden af
- zij bladerden af
Voltooid tegenwoordige tijd
- ik heb afgebladerd
- jij hebt afgebladerd
- hij/zij/het heeft afgebladerd
- wij hebben afgebladerd
- jullie hebben afgebladerd
- zij hebben afgebladerd
Voltooid verleden tijd
- ik had afgebladerd
- jij had afgebladerd
- hij/zij/het had afgebladerd
- wij hadden afgebladerd
- jullie hadden afgebladerd
- zij hadden afgebladerd
Toekomende tijd I
- ik zal afbladeren
- jij zult afbladeren
- hij/zij/het zal afbladeren
- wij zullen afbladeren
- jullie zullen afbladeren
- zij zullen afbladeren
Toekomende tijd II
- ik zal afgebladerd hebben
- jij zult afgebladerd hebben
- hij/zij/het zal afgebladerd hebben
- wij zullen afgebladerd hebben
- jullie zullen afgebladerd hebben
- zij zullen afgebladerd hebben
Conditionalis I
- ik zou afbladeren
- jij zou afbladeren
- hij/zij/het zou afbladeren
- wij zouden afbladeren
- jullie zouden afbladeren
- zij zouden afbladeren
Conditionalis II
- ik zou hebben afgebladerd
- jij zou hebben afgebladerd
- hij/zij/het zou hebben afgebladerd
- wij zouden hebben afgebladerd
- jullie zouden hebben afgebladerd
- zij zouden hebben afgebladerd
Imperatief
- jij blader af
- jullie bladert af