Vervoeging van dagtekenen

Onbepaalde wijs (infinitief): dagtekenen
  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik dagteken
    • jij dagtekent
    • hij/zij/het dagtekent
    • wij dagtekenen
    • jullie dagtekenen
    • zij dagtekenen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik dagtekende
    • jij dagtekende
    • hij/zij/het dagtekende
    • wij dagtekenden
    • jullie dagtekenden
    • zij dagtekenden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gedagtekend
    • jij hebt gedagtekend
    • hij/zij/het heeft gedagtekend
    • wij hebben gedagtekend
    • jullie hebben gedagtekend
    • zij hebben gedagtekend
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gedagtekend
    • jij had gedagtekend
    • hij/zij/het had gedagtekend
    • wij hadden gedagtekend
    • jullie hadden gedagtekend
    • zij hadden gedagtekend
  • Toekomende tijd I

    • ik zal dagtekenen
    • jij zult dagtekenen
    • hij/zij/het zal dagtekenen
    • wij zullen dagtekenen
    • jullie zullen dagtekenen
    • zij zullen dagtekenen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gedagtekend hebben
    • jij zult gedagtekend hebben
    • hij/zij/het zal gedagtekend hebben
    • wij zullen gedagtekend hebben
    • jullie zullen gedagtekend hebben
    • zij zullen gedagtekend hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou dagtekenen
    • jij zou dagtekenen
    • hij/zij/het zou dagtekenen
    • wij zouden dagtekenen
    • jullie zouden dagtekenen
    • zij zouden dagtekenen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gedagtekend
    • jij zou hebben gedagtekend
    • hij/zij/het zou hebben gedagtekend
    • wij zouden hebben gedagtekend
    • jullie zouden hebben gedagtekend
    • zij zouden hebben gedagtekend
  • Imperatief

    • jij dagteken
    • jullie dagtekent