Vervoeging van takelen

Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik takel
    • jij takelt
    • hij/zij/het takelt
    • wij takelen
    • jullie takelen
    • zij takelen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik takelde
    • jij takelde
    • hij/zij/het takelde
    • wij takelden
    • jullie takelden
    • zij takelden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb getakeld
    • jij hebt getakeld
    • hij/zij/het heeft getakeld
    • wij hebben getakeld
    • jullie hebben getakeld
    • zij hebben getakeld
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had getakeld
    • jij had getakeld
    • hij/zij/het had getakeld
    • wij hadden getakeld
    • jullie hadden getakeld
    • zij hadden getakeld
  • Toekomende tijd I

    • ik zal takelen
    • jij zult takelen
    • hij/zij/het zal takelen
    • wij zullen takelen
    • jullie zullen takelen
    • zij zullen takelen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal getakeld hebben
    • jij zult getakeld hebben
    • hij/zij/het zal getakeld hebben
    • wij zullen getakeld hebben
    • jullie zullen getakeld hebben
    • zij zullen getakeld hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou takelen
    • jij zou takelen
    • hij/zij/het zou takelen
    • wij zouden takelen
    • jullie zouden takelen
    • zij zouden takelen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben getakeld
    • jij zou hebben getakeld
    • hij/zij/het zou hebben getakeld
    • wij zouden hebben getakeld
    • jullie zouden hebben getakeld
    • zij zouden hebben getakeld
  • Imperatief

    • jij takel
    • jullie takelt

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van takelen