Vervoeging van voorhouden
Onbepaalde wijs (infinitief): voorhouden
Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- ik houd voor
- jij houdt voor
- hij/zij/het houdt voor
- wij houden voor
- jullie houden voor
- zij houden voor
Onvoltooid verleden tijd
- ik hield voor
- jij hield voor
- hij/zij/het hield voor
- wij hielden voor
- jullie hielden voor
- zij hielden voor
Voltooid tegenwoordige tijd
- ik heb voorgehouden
- jij hebt voorgehouden
- hij/zij/het heeft voorgehouden
- wij hebben voorgehouden
- jullie hebben voorgehouden
- zij hebben voorgehouden
Voltooid verleden tijd
- ik had voorgehouden
- jij had voorgehouden
- hij/zij/het had voorgehouden
- wij hadden voorgehouden
- jullie hadden voorgehouden
- zij hadden voorgehouden
Toekomende tijd I
- ik zal voorhouden
- jij zult voorhouden
- hij/zij/het zal voorhouden
- wij zullen voorhouden
- jullie zullen voorhouden
- zij zullen voorhouden
Toekomende tijd II
- ik zal voorgehouden hebben
- jij zult voorgehouden hebben
- hij/zij/het zal voorgehouden hebben
- wij zullen voorgehouden hebben
- jullie zullen voorgehouden hebben
- zij zullen voorgehouden hebben
Conditionalis I
- ik zou voorhouden
- jij zou voorhouden
- hij/zij/het zou voorhouden
- wij zouden voorhouden
- jullie zouden voorhouden
- zij zouden voorhouden
Conditionalis II
- ik zou hebben voorgehouden
- jij zou hebben voorgehouden
- hij/zij/het zou hebben voorgehouden
- wij zouden hebben voorgehouden
- jullie zouden hebben voorgehouden
- zij zouden hebben voorgehouden
Imperatief
- jij houd voor
- jullie houdt voor