Vervoeging van aaneendriegen

Onbepaalde wijs (infinitief): aaneendriegen

Er is helaas geen Engelse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik drieg aaneen
    • jij driegt aaneen
    • hij/zij/het driegt aaneen
    • wij driegen aaneen
    • jullie driegen aaneen
    • zij driegen aaneen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik driegde aaneen
    • jij driegde aaneen
    • hij/zij/het driegde aaneen
    • wij driegden aaneen
    • jullie driegden aaneen
    • zij driegden aaneen
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb aaneengedriegd
    • jij hebt aaneengedriegd
    • hij/zij/het heeft aaneengedriegd
    • wij hebben aaneengedriegd
    • jullie hebben aaneengedriegd
    • zij hebben aaneengedriegd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had aaneengedriegd
    • jij had aaneengedriegd
    • hij/zij/het had aaneengedriegd
    • wij hadden aaneengedriegd
    • jullie hadden aaneengedriegd
    • zij hadden aaneengedriegd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal aaneendriegen
    • jij zult aaneendriegen
    • hij/zij/het zal aaneendriegen
    • wij zullen aaneendriegen
    • jullie zullen aaneendriegen
    • zij zullen aaneendriegen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal aaneengedriegd hebben
    • jij zult aaneengedriegd hebben
    • hij/zij/het zal aaneengedriegd hebben
    • wij zullen aaneengedriegd hebben
    • jullie zullen aaneengedriegd hebben
    • zij zullen aaneengedriegd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou aaneendriegen
    • jij zou aaneendriegen
    • hij/zij/het zou aaneendriegen
    • wij zouden aaneendriegen
    • jullie zouden aaneendriegen
    • zij zouden aaneendriegen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben aaneengedriegd
    • jij zou hebben aaneengedriegd
    • hij/zij/het zou hebben aaneengedriegd
    • wij zouden hebben aaneengedriegd
    • jullie zouden hebben aaneengedriegd
    • zij zouden hebben aaneengedriegd
  • Imperatief

    • jij drieg aaneen
    • jullie driegt aaneen