Vervoeging van splinteren

Onbepaalde wijs (infinitief): splinteren

Er is helaas geen Spaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik splinter
    • jij splintert
    • hij/zij/het splintert
    • wij splinteren
    • jullie splinteren
    • zij splinteren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik splinterde
    • jij splinterde
    • hij/zij/het splinterde
    • wij splinterden
    • jullie splinterden
    • zij splinterden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gesplinterd
    • jij hebt gesplinterd
    • hij/zij/het heeft gesplinterd
    • wij hebben gesplinterd
    • jullie hebben gesplinterd
    • zij hebben gesplinterd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gesplinterd
    • jij had gesplinterd
    • hij/zij/het had gesplinterd
    • wij hadden gesplinterd
    • jullie hadden gesplinterd
    • zij hadden gesplinterd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal splinteren
    • jij zult splinteren
    • hij/zij/het zal splinteren
    • wij zullen splinteren
    • jullie zullen splinteren
    • zij zullen splinteren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gesplinterd hebben
    • jij zult gesplinterd hebben
    • hij/zij/het zal gesplinterd hebben
    • wij zullen gesplinterd hebben
    • jullie zullen gesplinterd hebben
    • zij zullen gesplinterd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou splinteren
    • jij zou splinteren
    • hij/zij/het zou splinteren
    • wij zouden splinteren
    • jullie zouden splinteren
    • zij zouden splinteren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gesplinterd
    • jij zou hebben gesplinterd
    • hij/zij/het zou hebben gesplinterd
    • wij zouden hebben gesplinterd
    • jullie zouden hebben gesplinterd
    • zij zouden hebben gesplinterd
  • Imperatief

    • jij splinter
    • jullie splintert