Vervoeging van kaaien

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik kaai
    • jij kaait
    • hij/zij/het kaait
    • wij kaaien
    • jullie kaaien
    • zij kaaien
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik kaaide
    • jij kaaide
    • hij/zij/het kaaide
    • wij kaaiden
    • jullie kaaiden
    • zij kaaiden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gekaaid
    • jij hebt gekaaid
    • hij/zij/het heeft gekaaid
    • wij hebben gekaaid
    • jullie hebben gekaaid
    • zij hebben gekaaid
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gekaaid
    • jij had gekaaid
    • hij/zij/het had gekaaid
    • wij hadden gekaaid
    • jullie hadden gekaaid
    • zij hadden gekaaid
  • Toekomende tijd I

    • ik zal kaaien
    • jij zult kaaien
    • hij/zij/het zal kaaien
    • wij zullen kaaien
    • jullie zullen kaaien
    • zij zullen kaaien
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gekaaid hebben
    • jij zult gekaaid hebben
    • hij/zij/het zal gekaaid hebben
    • wij zullen gekaaid hebben
    • jullie zullen gekaaid hebben
    • zij zullen gekaaid hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou kaaien
    • jij zou kaaien
    • hij/zij/het zou kaaien
    • wij zouden kaaien
    • jullie zouden kaaien
    • zij zouden kaaien
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gekaaid
    • jij zou hebben gekaaid
    • hij/zij/het zou hebben gekaaid
    • wij zouden hebben gekaaid
    • jullie zouden hebben gekaaid
    • zij zouden hebben gekaaid
  • Imperatief

    • jij kaai
    • jullie kaait

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van kaaien