Vervoeging van opkalfateren

Onbepaalde wijs (infinitief): opkalfateren

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik kalfater op
    • jij kalfatert op
    • hij/zij/het kalfatert op
    • wij kalfateren op
    • jullie kalfateren op
    • zij kalfateren op
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik kalfaterde op
    • jij kalfaterde op
    • hij/zij/het kalfaterde op
    • wij kalfaterden op
    • jullie kalfaterden op
    • zij kalfaterden op
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb opgekalfaterd
    • jij hebt opgekalfaterd
    • hij/zij/het heeft opgekalfaterd
    • wij hebben opgekalfaterd
    • jullie hebben opgekalfaterd
    • zij hebben opgekalfaterd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had opgekalfaterd
    • jij had opgekalfaterd
    • hij/zij/het had opgekalfaterd
    • wij hadden opgekalfaterd
    • jullie hadden opgekalfaterd
    • zij hadden opgekalfaterd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal opkalfateren
    • jij zult opkalfateren
    • hij/zij/het zal opkalfateren
    • wij zullen opkalfateren
    • jullie zullen opkalfateren
    • zij zullen opkalfateren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal opgekalfaterd hebben
    • jij zult opgekalfaterd hebben
    • hij/zij/het zal opgekalfaterd hebben
    • wij zullen opgekalfaterd hebben
    • jullie zullen opgekalfaterd hebben
    • zij zullen opgekalfaterd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou opkalfateren
    • jij zou opkalfateren
    • hij/zij/het zou opkalfateren
    • wij zouden opkalfateren
    • jullie zouden opkalfateren
    • zij zouden opkalfateren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben opgekalfaterd
    • jij zou hebben opgekalfaterd
    • hij/zij/het zou hebben opgekalfaterd
    • wij zouden hebben opgekalfaterd
    • jullie zouden hebben opgekalfaterd
    • zij zouden hebben opgekalfaterd
  • Imperatief

    • jij kalfater op
    • jullie kalfatert op