Vervoeging van klaarleggen

Onbepaalde wijs (infinitief): klaarleggen

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik leg klaar
    • jij legt klaar
    • hij/zij/het legt klaar
    • wij leggen klaar
    • jullie leggen klaar
    • zij leggen klaar
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik legde klaar
    • jij legde klaar
    • hij/zij/het legde klaar
    • wij legden klaar
    • jullie legden klaar
    • zij legden klaar
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb klaargelegd
    • jij hebt klaargelegd
    • hij/zij/het heeft klaargelegd
    • wij hebben klaargelegd
    • jullie hebben klaargelegd
    • zij hebben klaargelegd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had klaargelegd
    • jij had klaargelegd
    • hij/zij/het had klaargelegd
    • wij hadden klaargelegd
    • jullie hadden klaargelegd
    • zij hadden klaargelegd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal klaarleggen
    • jij zult klaarleggen
    • hij/zij/het zal klaarleggen
    • wij zullen klaarleggen
    • jullie zullen klaarleggen
    • zij zullen klaarleggen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal klaargelegd hebben
    • jij zult klaargelegd hebben
    • hij/zij/het zal klaargelegd hebben
    • wij zullen klaargelegd hebben
    • jullie zullen klaargelegd hebben
    • zij zullen klaargelegd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou klaarleggen
    • jij zou klaarleggen
    • hij/zij/het zou klaarleggen
    • wij zouden klaarleggen
    • jullie zouden klaarleggen
    • zij zouden klaarleggen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben klaargelegd
    • jij zou hebben klaargelegd
    • hij/zij/het zou hebben klaargelegd
    • wij zouden hebben klaargelegd
    • jullie zouden hebben klaargelegd
    • zij zouden hebben klaargelegd
  • Imperatief

    • jij leg klaar
    • jullie legt klaar

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van klaarleggen