Vervoeging van swing


Engels

Nederlands

Present

  • he/she/it swings
  • they swing

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het zwiept
  • zij zwiepen

Simple past

  • he/she/it swung
  • they swung

Onvoltooid verleden tijd

  • hij/zij/het zwiepte
  • zij zwiepten

Present perfect

  • he/she/it has swung
  • they have swung

Voltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het heeft gezwiept
  • zij hebben gezwiept

Past perfect

  • he/she/it had swung
  • they had swung

Voltooid verleden tijd

  • hij/zij/het had gezwiept
  • zij hadden gezwiept

Future

  • he/she/it will swing
  • they will swing

Toekomende tijd I

  • hij/zij/het zal zwiepen
  • zij zult zwiepen

Future perfect

  • he/she/it will have swung
  • they will have swung

Toekomende tijd II

  • hij/zij/het zal gezwiept hebben
  • zij zult gezwiept hebben

Conditional present

  • he/she/it would swing
  • they would swing

Conditionalis I

  • hij/zij/het zal zwiepen
  • zij zullen zwiepen

Conditional perfect

  • he/she/it would have swung
  • they would have swung

Conditionalis II

  • hij/zij/het zal hebben gezwiept
  • zij zullen hebben gezwiept

Verwijzingen

Bekijk 15 definitie(s) van swing