Vervoeging van tegenzitten

Onbepaalde wijs (infinitief): tegenzitten

Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik zit tegen
    • jij zit tegen
    • hij/zij/het zit tegen
    • wij zitten tegen
    • jullie zitten tegen
    • zij zitten tegen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik zat tegen
    • jij zat tegen
    • hij/zij/het zat tegen
    • wij zaten tegen
    • jullie zaten tegen
    • zij zaten tegen
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb tegengezeten
    • jij hebt tegengezeten
    • hij/zij/het heeft tegengezeten
    • wij hebben tegengezeten
    • jullie hebben tegengezeten
    • zij hebben tegengezeten
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had tegengezeten
    • jij had tegengezeten
    • hij/zij/het had tegengezeten
    • wij hadden tegengezeten
    • jullie hadden tegengezeten
    • zij hadden tegengezeten
  • Toekomende tijd I

    • ik zal tegenzitten
    • jij zult tegenzitten
    • hij/zij/het zal tegenzitten
    • wij zullen tegenzitten
    • jullie zullen tegenzitten
    • zij zullen tegenzitten
  • Toekomende tijd II

    • ik zal tegengezeten hebben
    • jij zult tegengezeten hebben
    • hij/zij/het zal tegengezeten hebben
    • wij zullen tegengezeten hebben
    • jullie zullen tegengezeten hebben
    • zij zullen tegengezeten hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou tegenzitten
    • jij zou tegenzitten
    • hij/zij/het zou tegenzitten
    • wij zouden tegenzitten
    • jullie zouden tegenzitten
    • zij zouden tegenzitten
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben tegengezeten
    • jij zou hebben tegengezeten
    • hij/zij/het zou hebben tegengezeten
    • wij zouden hebben tegengezeten
    • jullie zouden hebben tegengezeten
    • zij zouden hebben tegengezeten
  • Imperatief

    • jij zit tegen
    • jullie zit tegen

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van tegenzitten