Vervoeging van verlinken

Nederlands

Engels

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik verlink
  • jij verlinkt
  • hij/zij/het verlinkt
  • wij verlinken
  • jullie verlinken
  • zij verlinken

Present

  • I betray
  • you betray
  • he/she/it betrays
  • we betray
  • you betray
  • they betray

Onvoltooid verleden tijd

  • ik verlinkte
  • jij verlinkte
  • hij/zij/het verlinkte
  • wij verlinkten
  • jullie verlinkten
  • zij verlinkten

Simple past

  • I betrayed
  • you betrayed
  • he/she/it betrayed
  • we betrayed
  • you betrayed
  • they betrayed

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb verlinkt
  • jij hebt verlinkt
  • hij/zij/het heeft verlinkt
  • wij hebben verlinkt
  • jullie hebben verlinkt
  • zij hebben verlinkt

Present perfect

  • I have betrayed
  • you have betrayed
  • he/she/it has betrayed
  • we have betrayed
  • you have betrayed
  • they have betrayed

Voltooid verleden tijd

  • ik had verlinkt
  • jij had verlinkt
  • hij/zij/het had verlinkt
  • wij hadden verlinkt
  • jullie hadden verlinkt
  • zij hadden verlinkt

Past perfect

  • I had betrayed
  • you had betrayed
  • he/she/it had betrayed
  • we had betrayed
  • you had betrayed
  • they had betrayed

Toekomende tijd I

  • ik zal verlinken
  • jij zult verlinken
  • hij/zij/het zal verlinken
  • wij zullen verlinken
  • jullie zullen verlinken
  • zij zullen verlinken

Future

  • I will betray
  • you will betray
  • he/she/it will betray
  • we will betray
  • you will betray
  • they will betray

Toekomende tijd II

  • ik zal verlinkt hebben
  • jij zult verlinkt hebben
  • hij/zij/het zal verlinkt hebben
  • wij zullen verlinkt hebben
  • jullie zullen verlinkt hebben
  • zij zullen verlinkt hebben

Future perfect

  • I will have betrayed
  • you will have betrayed
  • he/she/it will have betrayed
  • we will have betrayed
  • you will have betrayed
  • they will have betrayed

Conditionalis I

  • ik zou verlinken
  • jij zou verlinken
  • hij/zij/het zou verlinken
  • wij zouden verlinken
  • jullie zouden verlinken
  • zij zouden verlinken

Conditional present

  • I would betray
  • you would betray
  • he/she/it would betray
  • we would betray
  • you would betray
  • they would betray

Conditionalis II

  • ik zou hebben verlinkt
  • jij zou hebben verlinkt
  • hij/zij/het zou hebben verlinkt
  • wij zouden hebben verlinkt
  • jullie zouden hebben verlinkt
  • zij zouden hebben verlinkt

Conditional perfect

  • I would have betrayed
  • you would have betrayed
  • he/she/it would have betrayed
  • we would have betrayed
  • you would have betrayed
  • they would have betrayed

Imperatief

  • jij verlink
  • jullie verlinkt

Imperative

  • you betray
  • you betray