Vertaling van sons
Inhoud:
Engels
Nederlands
sons
zonen
Voorbeelden in zinsverband
Engels
Nederlands
He has 12 sons.
Hij heeft twaalf zoons.
He had three sons.
Hij had drie zoons.
John has two sons.
John heeft twee zonen.
Mr Wood had no sons.
Mijnheer Wood had geen zonen.
He had three sons who became doctors.
Hij had drie zonen die dokter werden.
His sons do as they please.
Zijn zoons doen wat ze willen.
He lost two sons in the war.
Hij verloor twee zonen in de oorlog.
My sister has two sons, so I have two nephews.
Mijn zuster heeft twee zonen, dus ik heb twee neven.
I am married and I have two sons.
Ik ben gehuwd en heb twee zonen.