Vertaling van twee

Inhoud:

Nederlands
Spaans
twee {telw.}
dos


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Hij heeft twee auto's.

Él tiene dos coches.

Heb je twee boeken?

¿Tienes dos libros?

Ik heb twee neefjes.

Tengo dos sobrinos.

Twee vanille-ijsjes alstublieft.

Dos helados de vainilla, por favor.

Ik heb twee neefjes.

Tengo dos primos.

We hebben twee oren.

Tenemos dos orejas.

Ik heb twee nichtjes.

Tengo dos sobrinas.

Mijn zuster heeft twee zonen, dus ik heb twee neven.

Mi hermana tiene dos hijos, así que yo tengo dos sobrinos.

De oorlog duurde twee jaar.

La guerra duró dos años.

Tom gebruikt twee computers tegelijkertijd.

Tom ocupa dos computadores al mismo tiempo.

De film duurde twee uur.

La película duró dos horas.

Ze kocht twee paar sokken.

Ella compró dos pares de calcetines.

Enkele mensen hebben twee auto's.

Unas pocas personas tienen dos vehículos.

Ik kocht twee flessen melk.

Compré dos botellas de leche.

Ik dronk twee kopjes koffie.

Me tomé dos tazas de café.