Betekenis van:
na
na
Bijvoeglijk naamwoord
- dichtbij staand.
"Dit vereist een nader onderzoek."
na
Bijvoeglijk naamwoord
- verwant
"Dit is zijn naaste familie."
na
Bijvoeglijk naamwoord
- dichtbij staand.
"Dit vereist een nader onderzoek."
na
Bijvoeglijk naamwoord
- verwant
"Dit is zijn naaste familie."
na
Bijvoeglijk naamwoord
- :''Ik proef in 't zuivre morgenlicht''
na
Bijvoeglijk naamwoord
- :''Als een nog woordeloos gedicht''
na
Bijvoeglijk naamwoord
- :''Uw '''naë''' afwezigheid'' — Boutens
na
Bijvoeglijk naamwoord
- :''Ik proef in 't zuivre morgenlicht''
na
Bijvoeglijk naamwoord
- :''Als een nog woordeloos gedicht''
na
Bijvoeglijk naamwoord
- :''Uw '''naë''' afwezigheid'' — Boutens
na
Bijwoord
- ''te ~'' te dicht erbij, te veel in iemands vaarwater.
"Je moet hem niet te na komen, dan krijg je problemen."
na
Bijwoord
- ''te ~'' te dicht erbij, te veel in iemands vaarwater.
"Je moet hem niet te na komen, dan krijg je problemen."
na
Bijwoord
- nakijken: ''hij keek het huiswerk '''na'''''
na
Bijwoord
- erna: ''hij heeft er weinig '''na''' weten te bereiken''.
na
Bijwoord
- nakijken: ''hij keek het huiswerk '''na'''''
na
Bijwoord
- erna: ''hij heeft er weinig '''na''' weten te bereiken''.
Voorbeeldzinnen
- Zondag komt na zaterdag.
- Na ons de zondvloed.
- Na regen komt zonneschijn.
- Na regen komt zonneschijn.
- Na zondag komt maandag.
- Denk even na.
- Denk er eens over na.
- Planten groeien snel na regen.
- Ik speel tennis na school.
- Drie mensen worden vermist na de overstroming.
- Velen verloren hun huis na de aardbeving.
- Na het voorgerecht komt het hoofdgerecht.
- Ik poets mijn tanden na het ontbijt.
- Ze speelt elke dag tennis na school.
- Hij werd gediskwalificeerd na een valse start.