Betekenis van:
bushalte
bushalte (de ~ | meervoud bushaltes, bushalten)
Zelfstandig naamwoord
- halte waar de bus stopt
"bij de bushalte [staan]"
Hyperoniemen
bushalte
Zelfstandig naamwoord
- een plek waar een bus stopt
"Als er vertraging is, staan hier vaak veel mensen bij de bushalte."
Voorbeeldzinnen
- Waar is de bushalte?
- Dat is de bushalte.
- Waar is de bushalte?
- Waar is de bushalte voor het museum?
- Kun je me de weg naar de bushalte tonen?
- De bushalte is hier tien minuten lopen vandaan.
- Laat me de weg naar de bushalte zien.
- In dit vreemde land zaten de mensen op de bushalte rustig op hun hurken op de bus te wachten.
- De beweging van de intrekbare trede mag geen letsel kunnen toebrengen aan passagiers of personen die bij een bushalte wachten.