Betekenis van:
zaterdags

zaterdags
Bijvoeglijk naamwoord
  • op zaterdag
"de zaterdagse boodschappen/markt"
"zaterdags geef ik les"
zaterdags
Bijvoeglijk naamwoord
  • op de zaterdag betrekking hebbend
"Lekker onbezorgd een zaterdags terrasje doen in Leuven!"
zaterdags
Bijwoord
  • op zaterdagen
"We gaan zaterdags meestal winkelen."