Betekenis van:
speeksel

speeksel
Zelfstandig naamwoord
  • vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
"Speeksel wordt gemaakt in de speekselklieren."

Voorbeeldzinnen

  1. specifieke antistofrespons voor rubellavirus (IgG) in serum of speeksel.
  2. specifieke antistofrespons voor mazelenvirus die typerend is voor een acute infectie in serum of speeksel;
  3. specifieke antistofrespons voor bofvirus die typerend is voor een acute infectie in serum of speeksel.
  4. detectie van nucleïnezuur van lyssavirus in een klinisch monster (bv. speeksel of hersenweefsel);
  5. geslachtsbepaling; identificatie/determinatie, forensisch onderzoek; taxonomisch onderzoek; biomedisch onderzoek secreties (speeksel, gif, melk) 1–5 ml in flesjes
  6. Hulpmiddelen die door de fabrikant bestemd zijn voor het testen van andere lichaamsvloeistoffen dan serum of plasma, bv. urine, speeksel enz., moeten aan dezelfde GTS-eisen inzake gevoeligheid en specificiteit voldoen als serum- of plasmatests.