Betekenis van:
dus
dus
Bijwoord
- om die reden, daarom
Voorbeeldzinnen
- Ik denk, dus ik ben.
- Dus je kan me niet helpen?
- Het regent, dus je moet thuis blijven.
- Daarna, dus daardoor
- Het houdt juist op met regenen, laat ons dus vertrekken.
- Het is warm vandaag, dus je kunt in zee zwemmen.
- Hij had niks te zeggen, dus is hij maar gegaan.
- Ik werkte op zondag, dus ik had maandag vrij.
- Mijn zuster heeft twee zonen, dus ik heb twee neven.
- Ik ben erg druk, dus reken niet op mij.
- Het was al laat, dus ik ben naar huis gegaan.
- Het was die dag zondag, dus er was geen school.
- De auto was kapot, dus moesten ze lopen.
- Hij hoorde een vreemd geluid, dus hij sprong uit bed.
- Ik handel, dus ik besta