Betekenis van:
ongestraft

ongestraft
Bijvoeglijk naamwoord
  • ongestraft; straffeloos
"vaak blijven de verantwoordelijken ongestraft"
"ongestraft een fiets kunnen stelen"

Synoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Niemand zal me ongestraft tergen
  2. strafbare feiten die zijn gepleegd om daden die onder de bevoegdheid van Europol vallen, ongestraft te doen blijven.