Betekenis van:
spreeuw

spreeuw (de ~ | meervoud spreeuwen)
Zelfstandig naamwoord
  • gespikkelde zangvogel
"één spreeuw maakt nog geen lente"

Hyperoniemen

spreeuw
Zelfstandig naamwoord
  • ''Sturnus vulgaris'', een middelgrote zangvogel
"In onze buurt zijn wel spreeuwen te vinden."

Voorbeeldzinnen

  1. Ik heb vandaag een spreeuw gezien.
  2. Spreeuw
  3. Zwarte spreeuw
  4. Andamanen-spreeuw
  5. Bali-spreeuw