Betekenis van:
betreuren

betreuren
Werkwoord
  • leedwezen tonen over iets
"De ondergang van zo veel diersoorten wordt allerwegen betreurd, maar het blijft vaak bij treurnis."

Voorbeeldzinnen

  1. Betreuren
  2. ING heeft de Commissie meegedeeld dit te betreuren en verklaart dat er sprake was van een misverstand […].
  3. In diezelfde zin valt het te betreuren dat ING in 2009, ook al was de onderneming in 2008 verliesgevend, zonder enige goede motivering discretionaire couponbetalingen heeft gedaan.
  4. De Raad heeft op 18 juli herinnerd aan zijn conclusies van 23 mei en 13 juni 2005 en gezegd te betreuren dat de Oezbeekse autoriteiten niet binnen de gestelde termijn van eind juni 2005 op hun standpunt waren teruggekomen.
  5. Op 23 mei 2005 heeft de Raad met klem het buitensporige, disproportionele en willekeurige geweld veroordeeld dat de Oezbeekse veiligheidsdiensten tijdens de gebeurtenissen in Andizjan in mei hebben uitgeoefend en heeft hij verklaard het ten zeerste te betreuren dat er nog geen bevredigende reactie van de Oezbeekse autoriteiten is gekomen op het verzoek van de VN om een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de gebeurtenissen in te stellen.