Betekenis van:
tapir

tapir
Zelfstandig naamwoord
  • Zuid-Amerikaans hoefdier, zo groot als een ezel en met een kleine beweeglijke slurf
"Met hun slurf kunnen tapirs twijgen van bomen en struiken rissen."
tapir (de ~ | meervoud tapirs)
Zelfstandig naamwoord
  • hoefdier met een korte slurf

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Zuid-Amerikaanse tapir
  2. Zuid-Amerikaanse tapir