Betekenis van:
titer
titer
Zelfstandig naamwoord
- hoogste verdunning van een stof die nog werkzaam blijft
titer
Zelfstandig naamwoord
- een onbekende concentratie nader door titratie te bepalen
Voorbeeldzinnen
- (T = titer)
- 20 seroconversiepanels/panels met lage titer
- Titer of potentie van de charge
- 15 seroconversiepanels/panels met lage titer
- Het eerste venstertje krijgt de helft van de titer (T/2) en de volgende een kwart van de titer (T/4), de helft daarvan (T/2), de titer (T) en tweemaal de titer (2T).
- Maak een reeks tweevoudige verdunningen. Het eerste venstertje krijgt een halve titer (T/2) en de volgende een kwart titer (T/4), een halve titer (T/2), een titer (T) en twee titers (2T).
- Aanbevolen wordt van elke nieuwe partij antilichamen de titer te bepalen.
- hoge WNV-IgM-titer EN detectie van WNV IgG EN bevestiging door neutralisatie.
- De ruwe polyklonale of monoklonale antilichamen moeten een IF-titer hebben van ten minste 1:2000.
- Bij het onderzoek moeten de antilichamen worden gebruikt in werkverdunningen rond de titer.
- Bij het onderzoek moeten de antilichamen worden gebruikt in werkverdunningen rond de titer.
- Het als titer (TTESTSERUM) weergegeven testresultaat voor het testserum moet worden uitgedrukt in ICFTU per ml.
- pneumophila serogroep 1, andere serogroepen of andere legionellasoorten: eenmalige hoge titer van specifieke serumantistoffen. Epidemiologische criteria
- specifieke antistofrespons voor influenza A/H5 (ten minste een verviervoudiging of een eenmalige hoge titer).
- De gevalideerde polyklonale antiserums hebben allemaal een IF-titer van ten minste 1:2000.