Betekenis van:
bijster

bijster
Bijvoeglijk naamwoord
  • alleen predicatief + oorzakelijk voorwerp: ''iets ~ zijn'': iets kwijtgeraakt zijn
"Hij was het spoor bijster."
bijster
Bijwoord
  • negatief: ''niet ~'': niet in bijzonder hoge mate
"Hij was er niet bijster van onder de indruk."