Betekenis van:
elkaar

elkaar
Wederkerend voornaamwoord
  • drukt uit dat van twee of meer personen ieder op zijn eigen manier tegenover de ander handelt
"Zij waren echt aan elkaar gewaagd."
elkaar
Wederkerend voornaamwoord
  • drukt een onderlinge relatie, aansluiting of een snelle opeenvolging uit (met voorzetsel)
"Zij hebben een uur achter elkaar lopen praten."

Voorbeeldzinnen

  1. We kennen elkaar niet.
  2. Zij keken naar elkaar.
  3. Vanwaar kennen jullie elkaar?
  4. We kennen elkaar al.
  5. De apen vlooien elkaar.
  6. Ik schrijf liever aan elkaar.
  7. Tom en Mary omhelsde elkaar.
  8. Ze passen perfect bij elkaar.
  9. Ze hadden elkaar ooit geholpen.
  10. Waar kennen jullie elkaar van?
  11. De twee mannen beschuldigden elkaar.
  12. Ze zijn aan elkaar verwant.
  13. Tom was ernstig in elkaar geslagen.
  14. Deze twee bladeren lijken op elkaar.
  15. Deze bloemen lijken allemaal op elkaar.