Betekenis van:
buil

buil (de ~ | meervoud builen)
Zelfstandig naamwoord
  • zakje
"een builtje thee"

Hyperoniemen

buil (de ~ | meervoud builen)
Zelfstandig naamwoord
  • zwelling
"een flinke/grote buil"
"een buil op je hoofd"

Hyperoniemen

buil
Zelfstandig naamwoord
  • grote zeef voor het scheiden van de verschillende soorten van bloem en de zemelen uit het meel

Synoniemen

Hyperoniemen

buil
Zelfstandig naamwoord
  • een bobbel

Werkwoord