Betekenis van:
digitaal

digitaal
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet analoog
"de digitale snelweg/stad"
"een digitale klok/telefoon/thermometer/weegschaal/geluidsopname"
digitaal
Bijvoeglijk naamwoord
  • gegevens op een numerieke manier verwerkend

Voorbeeldzinnen

  1. Digitaal
  2. digitaal satelliet
  3. Digitaal [60]
  4. digitaal kabel
  5. digitaal terrestrisch
  6. Verschil transmissievergoedingen analoog/digitaal
  7. digitaal bestuurde radio-ontvangers:
  8. digitaal bestuurde radio-ontvangers
  9. geïntegreerde analoog/digitaal- en digitaal/analoog-omzetters, als hieronder:
  10. digitaal watermerk op de ondergrond,
  11. de uitgevoerde beeldgegevens zijn digitaal opgemaakt; en
  12. type tachograaf, met name analoog of digitaal.
  13. ISDN Digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten
  14. tien vlak afgenomen en digitaal verzamelde vingerafdrukken.
  15. tien vlak genomen en digitaal verzamelde vingerafdrukken.