Betekenis van:
december

december (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • twaalfde maand v.h. jaar; elk v.d. maanden in de winter
"op [17] december"

Synoniemen

Hyperoniemen

december
Zelfstandig naamwoord
  • de twaalfde en laatste maand van het jaar
"In december valt er meestal sneeuw."
december
Zelfstandig naamwoord
  • de twaalfde en laatste maand van het jaar
"In december valt er meestal sneeuw."

Voorbeeldzinnen

  1. Maciek overleed in december.
  2. Maciek heeft in december het leven verloren.
  3. December is de laatste maand van het jaar.
  4. In december is het zeer heet en vochtig in Bali.
  5. december
  6. December 1999
  7. December 2004
  8. (december/ februari)
  9. December 2005:
  10. 31 december
  11. 31 december
  12. juli-december
  13. van 8 december 2008
  14. van 10 december 2003
  15. 31 december 1971;