Betekenis van:
december
december (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- twaalfde maand v.h. jaar; elk v.d. maanden in de winter
"op [17] december"
Synoniemen
Hyperoniemen
december
Zelfstandig naamwoord
- de twaalfde en laatste maand van het jaar
"In december valt er meestal sneeuw."
december
Zelfstandig naamwoord
- de twaalfde en laatste maand van het jaar
"In december valt er meestal sneeuw."
Voorbeeldzinnen
- Maciek overleed in december.
- Maciek heeft in december het leven verloren.
- December is de laatste maand van het jaar.
- In december is het zeer heet en vochtig in Bali.
- december
- December 1999
- December 2004
- (december/ februari)
- December 2005:
- 31 december
- 31 december
- juli-december
- van 8 december 2008
- van 10 december 2003
- 31 december 1971;