Betekenis van:
wintermaand
wintermaand
Zelfstandig naamwoord
- de eerste, tweede of de twaalfde maand van het jaar
"December, januari en februari zijn wintermaanden."
wintermaand (de ~ | meervoud wintermaanden)
Zelfstandig naamwoord
- twaalfde maand v.h. jaar; elk v.d. maanden in de winter
"in/tijdens/gedurende de wintermaanden"