Betekenis van:
alweer

alweer
Bijwoord
  • opnieuw, nogmaals, wederom, weer

Voorbeeldzinnen

  1. De zwaartekracht overwint alweer!
  2. Mijn radio is alweer stuk.
  3. Hij is alweer zijn paraplu kwijt.
  4. Waarom ben je alweer te laat?
  5. Jemig! M'n computer is alweer vastgelopen!
  6. Hij kwam ook met alweer een andere twijfelachtige conclusie aanzetten.
  7. Dit gegeven vraagt in plaats van een reactieve om een proactieve plaatsingsstrategie om te voorkomen dat een systeem alweer verouderd is voordat de plaatsing is voltooid.
  8. Bovendien was ten tijde van de verkoop van AGB1 in juni 1998 het financiële risico van de CBT ten gevolge van de depositogarantie (verleend op 17 september 1996) verwaarloosbaar, aangezien de kans dat er nog een run op de bank zou plaatshebben minimaal was geworden omdat de ondercuratelestelling van AGB van alweer bijna twee jaar eerder dateerde.