Betekenis van:
bindend
bindend
Bijvoeglijk naamwoord
- samenbindend
"het/de bindend(e) element/factor"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Deze verdeling is bindend.
- Zij hadden geen bindend karakter.
- De beslissingen van het comité zijn bindend.
- Dergelijke beslissingen zijn bindend en niet aanvechtbaar.
- Dit resultaat is bindend voor Europol.
- Daarom is dit besluit krachtens internationaal recht bindend voor Denemarken.
- Deze maatregelen worden vanaf 2009 bindend voor de Gemeenschap.
- Gemeenschapsinstrumenten zijn normaal gezien bindend voor alle lidstaten.
- De uitspraak is bindend voor de partijen bij het geding.
- Deze datum is bindend voor het aangewezen orgaan.
- De beschikking is bindend tot 31 december 2010.
- de datum waarop een maatregel bindend wordt overeenkomstig lid 1;
- Verordening (EG) nr. 377/2004 is dus volgens internationaal recht bindend voor Denemarken.
- Op 6 februari 2006 brachten twee bieders, GRAWE en het consortium, een bindend bod uit.
- Grootte en vorm van de kaders van het modelpaspoort zijn indicatief en niet bindend.