Betekenis van:
vanuit
vanuit
Voorzetsel
- een plaats aangevend die als oorsprong fungeert
"Hij opereert vanuit Rotterdam in de gehele Randstad."
Voorbeeldzinnen
- Hij belde me vanuit Tokyo.
- Het schip vervoert grondstoffen vanuit Indonesië.
- Ze belde me op vanuit Tokyo.
- Ik ben naar Japan gekomen vanuit China.
- Hij is net vanuit het buitenland terug.
- We konden de zonsondergang vanuit ons raam zien.
- Vanuit de ruimte lijkt de Aarde tamelijk klein.
- Achteraf gedacht", "Vanuit de ervaring
- Strijdend vanuit de duisternis (nacht)
- Vanuit het ambt", "Vanwege de functie
- Vanuit de verte gezien zag het eruit als een menselijk gezicht.
- Vanuit de verte gezien zag het eiland eruit als een wolk.
- Vanuit de verte gezien ziet de heuvel eruit als een olifant.
- Het lijkt onmogelijk te zijn om een obsessieve neurose van een intense liefde te onderscheiden vanuit een biochemisch perspectief.
- De jongen vond het leuk om eieren naar mensen te gooien vanuit het raam van zijn flat.