Betekenis van:
zatheid
zatheid
Zelfstandig naamwoord
- overmatigheid in voedsel
"De slaap des arbeiders is zoet, hij hebbe weinig of veel gegeten; maar de zatheid des rijken laat hem niet slapen."
zatheid
Zelfstandig naamwoord
- algehele dronkenschap
"Zijn zatheid was stuitend."