Betekenis van:
radio-ontvanger

radio-ontvanger (de ~ | meervoud radio-ontvangers)
Zelfstandig naamwoord
  • toestel dat radiogolven omzet in geluid

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. een AM/FM-radio-ontvanger met versterker,
  2. De ontvanger voor radio-omroep kan onafhankelijk functioneren.
  3. een op batterijen werkende ontvanger voor radio-omroep voorzien van oortelefoons met een aansluitkabel;
  4. Het kan ook worden gebruikt als digitale radio-ontvanger of als afspeelapparaat voor videospelen.
  5. een combinatie-apparaat (een versterker, een AM/FM-radio-ontvanger en een DVD/CD-speler),
  6. Het apparaat moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 85287220 als een ontvangtoestel voor televisie met ingebouwde radio-ontvanger videoweergaveapparaat.
  7. Op grond van aantekening 3 op afdeling XVI dient de radio-ontvanger als de voornaamste functie van het toestel te worden beschouwd.