Betekenis van:
buiten-
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- We zijn buiten gevaar.
- Het is buiten pikzwart.
- Het sneeuwt buiten.
- Het is koud buiten.
- Het wordt donker buiten.
- Ik raak buiten adem.
- Ga buiten, of kom binnen.
- Dat is buiten mijn studiegebied.
- Vandaag moeten we buiten slapen.
- Het is nog klaar buiten.
- Tegenwoordig spelen kinderen niet buiten.
- Ze was nu buiten gevaar.
- De machine is buiten bedrijf.
- Ga niet naar buiten, het regent hard.
- Hij is buiten aan het wandelen.