Betekenis van:
voorhanden

voorhanden
Bijvoeglijk naamwoord
  • beschikbaar, voorradig

Voorbeeldzinnen

  1. (indien voorhanden)
  2. Code (indien voorhanden)
  3. PRODUCTIE, VERWERKING EN VOORHANDEN HEBBEN
  4. of, indien dergelijke bewijsstukken niet voorhanden zijn,
  5. dat er geschikte opslaglocaties voorhanden zijn;
  6. Voor zover er testmethoden voorhanden zijn.
  7. In de praktijk is die zelden voorhanden.
  8. Voorhanden hebben in een andere lidstaat
  9. Toezicht op het voorhanden zijn van metagegevens
  10. de waarde „1” als er metagegevens voorhanden zijn;
  11. de waarde „0” als er geen metagegevens voorhanden zijn.
  12. De markt was ervan overtuigd dat het voorschot voorhanden was.
  13. Als dergelijke certificaten niet voorhanden zijn, moet de vliegtuigexploitant:
  14. In dat geval moet een brandstofanalyse voorhanden zijn.
  15. de waarde „1” als er een zoekdienst voorhanden is;