Betekenis van:
vuurhaard

vuurhaard
Zelfstandig naamwoord
  • plaats vanwaar vuur zich verspreidt

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. zij zijn niet gemakkelijk ontvlambaar (de vlam dooft zodra de vuurhaard verdwijnt);
  2. Toestellen voor huishoudelijk gebruik, voor vloeibare brandstof, van ijzer of van staal, incl. verwarmingstoestellen, kookketels met vuurhaard, vuurpotten (excl. kook- en braadtoestellen en bordenwarmers)
  3. Kachels, kookketels met vuurhaard, keukenfornuizen (die, welke mede dienen voor centrale verwarming daaronder begrepen), barbecues, vuurpotten, gaskookplaten, bordenwarmers en dergelijke niet-elektrische toestellen voor huishoudelijk gebruik, alsmede delen daarvan, van gietijzer, van ijzer of van staal
  4. De nadruk ligt op de verantwoordelijkheid van het cabinepersoneel om in noodsituaties bij het ontstaan van brand en rook snel in te grijpen, waarbij vooral het opsporen van de vuurhaard belangrijk is;