Betekenis van:
huisschilder

huisschilder
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die beroepsmatig schilderwerken aan en in gebouwen uitvoert
"We moeten de huisschilder nog even bellen."
huisschilder (de ~ | meervoud huisschilders)
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die zijn beroep maakt van het verven van houtwerk en allerlei voorwerpen
"dat is een klus voor de huisschilder"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen