Betekenis van:
februari

februari (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • tweede maand v.h. jaar; benaming voor februari
"op 14 februari is het Valentijnsdag"

Synoniemen

Hyperoniemen

februari
Zelfstandig naamwoord
  • de tweede maand van het jaar
"Het sneeuwklokje bloeit al in februari."
februari
Zelfstandig naamwoord
  • de tweede maand van het jaar
"Het sneeuwklokje bloeit al in februari."

Voorbeeldzinnen

  1. Valentijnsdag wordt gevierd in februari.
  2. In februari wordt hij zeventien.
  3. Morgen is het zaterdag, 5 februari 2011.
  4. Op 14 februari vieren Amerikanen Valentijnsdag.
  5. Wat dacht je van 28 februari rond 3 uur 's middags?
  6. In alle geval moet men "ja" stemmen in het referendum van 18 februari.
  7. Februari
  8. februari
  9. Februari 2005
  10. Februari 2004
  11. 1 februari
  12. FEBRUARI 2009
  13. (december/ februari)
  14. februari 2003
  15. februari 2006