Betekenis van:
ongedierte

ongedierte (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • dieren schadelijk voor mens of natuur
"ongedierte bestrijden"

Hyperoniemen

ongedierte
Zelfstandig naamwoord
  • ongewenste dieren, die de mens op een of andere manier last bezorgen

Voorbeeldzinnen

  1. Levend ongedierte
  2. korrels aangetast door ongedierte
  3. Korrels aangetast door ongedierte:
  4. door ongedierte aangetaste korrels
  5. ontsmetting en bestrijding van ongedierte;
  6. zijn uitgerust met passende voorzieningen om ongedierte te bestrijden;
  7. Korrels aangetast door ongedierte zijn die welke aangetaste plekken vertonen.
  8. Insecten en ongedierte werende middelen (maximaal 2 punten)
  9. De doeldieren, namelijk knaagdieren, zijn evenwel ongedierte en vormen dus een gevaar voor de volksgezondheid.
  10. Geconstateerd wordt of er zich levend ongedierte in het monster bevindt.
  11. Aangegeven wordt of er zich levend ongedierte in het monster bevindt.
  12. Bij maïs en sorghum zijn „door ongedierte aangetaste korrels” alle korrels die zichtbaar zijn beschadigd door een aanval van insecten, knaagdieren, mijten of ander ongedierte.
  13. Deze ruimten moeten, voor zover mogelijk, vrij worden gehouden van ongedierte en insecten.
  14. Fytosanitaire diagnostiek in situ en geïntegreerde bestrijding van ongedierte bij gewassen (S)
  15. De opslagruimten dienen koel, donker, droog en ontoegankelijk voor ongedierte en insecten te zijn.