Betekenis van:
naast elkaar

naast elkaar
  • Naast elkaar, georiënteerd in dezelfde richting.

Voorbeeldzinnen

  1. De Nederlandse en de Belgische driekleur wapperden gemoedelijk naast elkaar in het grensdorp.
  2. Als ik het alfabet een nieuwe volgorde kon geven, zou ik de letters U en I naast elkaar zetten.
  3. Onderdelen die naast elkaar bewegen
  4. De twee registers blijven naast elkaar bestaan.
  5. Wanneer waarden moeten worden bepaald tussen naast elkaar liggende referentie- of meetwaarden, wordt lineaire interpolatie gebruikt.
  6. het in artikel 85 decies, lid 2, bedoelde naast elkaar bestaan van wijnstokken;
  7. Bovenaanzicht van de voorgeschreven ruimte voor de stoel (twee stoelen naast elkaar achteraan)
  8. „bedrijfsaanduiding”, de vermelding, naast elkaar, van de belastingsindex en de snelheidscode van de band;
  9. Wanneer waarden moeten worden bepaald tussen naast elkaar liggende referentie- of meetwaarden, wordt lineaire interpolatie gebruikt.
  10. De aanwezigheid van twee naast elkaar geplaatste zwenkdeuren werd als opvallendste fysieke kenmerk beschouwd.
  11. Meerdere lidstaten kunnen een signalering van hetzelfde voertuig invoeren wanneer de signaleringen met elkaar verenigbaar zijn of naast elkaar kunnen bestaan.
  12. de afstand tussen twee naast elkaar gelegen of elkaar rakende afzonderlijke delen niet meer dan 15 mm bedraagt wanneer deze loodrecht op de referentieas wordt gemeten; of
  13. de afstand tussen twee naast elkaar gelegen of elkaar rakende afzonderlijke delen niet meer dan 15 mm bedraagt wanneer deze loodrecht op de referentieas wordt gemeten;
  14. De Poolse autoriteiten stellen dat Dell oorspronkelijk van plan was beide fabrieken naast elkaar te laten werken en dat de beide fabrieken ook daadwerkelijk enige tijd naast elkaar hebben gefunctioneerd.
  15. Ten slotte onderstreept Nederland dat verschillen inherent zijn aan het naast elkaar bestaan van niet-geharmoniseerde belastingstelsels.