Betekenis van:
grutten

grutten (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • mengsel van gebroken boekweit- en haverkorrels
"pap van grutten"
"goeie grutten!"

Hyperoniemen

grutten
Zelfstandig naamwoord
  • pap van gerst

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Granen en grutten
  2. Graan, meel, grutten en gries
  3. gepeld en gesneden of gebroken („grutten”):
  4. gepeld en gesneden of gebroken („grutten”):
  5. gepeld en gesneden of gebroken („grutten”):
  6. gepeld en gesneden of gebroken („grutten”)
  7. Granen van gerst, gepeld en gesneden of gebroken („grutten”), met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten hoogste 1 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent
  8. Voor het drogen van granen, meel, grutten en gries moet de oven een zodanige warmtecapaciteit hebben dat, indien zij is voorverwarmd op 131 oC, deze temperatuur na het inzetten van het maximale aantal monsters weer binnen 45 minuten wordt bereikt.
  9. met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,6 gewichtspercent („grutten”), die beantwoorden aan de in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 821/68 van de Commissie [1] voorkomende definitie [3]
  10. met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,6 gewichtspercent („grutten”), die beantwoorden aan de in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 821/68 van de Commissie [1] voorkomende definitie [3]
  11. Granen van maïs, gepeld, al dan niet gesneden of gebroken, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van meer dan 0,9 gewichtspercent en ten hoogste 1,3 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,8 gewichtspercent („grutten”)
  12. met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van meer dan 0,9 gewichtspercent en ten hoogste 1,3 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,8 gewichtspercent („grutten”), die beantwoorden aan de in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 821/68 van de Commissie [1] voorkomende definitie [3]
  13. Granen van haver, gepeld en gesneden of gebroken („grutten”), met een asgehalte, berekend op de droge stof, van ten hoogste 2,3 gewichtspercenten en met een gehalte aan doppen van 0,1 gewichtspercent of minder, met een vochtgehalte van 11 % of minder en waarvan de peroxydase praktisch onwerkzaam is
  14. met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van meer dan 0,9 gewichtspercent en ten hoogste 1,3 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,8 gewichtspercent („grutten”), die beantwoorden aan de in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 821/68 van de Commissie [1] voorkomende definitie [3]
  15. Granen van maïs, gepeld, al dan niet gesneden of gebroken, met een gehalte aan vetstoffen, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,9 gewichtspercent en met een gehalte aan ruwe celstof, berekend op de droge stof, van ten hoogste 0,6 gewichtspercent („grutten”)