Betekenis van:
weide

weide
Zelfstandig naamwoord
  • een stuk grasland, gewoonlijk bedoeld voor het begrazen door vee of als maaiveld
"In de weide achter het huis waren er altijd lammetjes in het voorjaar."

Voorbeeldzinnen

  1. Te veel gemene weide meegerekend in voederareaal voor dierpremies
  2. Als de beschikbare grashoeveelheid beperkt is, kan bijvoedering op de weide worden overwogen.
  3. In afwijking van het bepaalde in punt 4.13 mogen dieren tijdens de transhumanceperiode grazen op conventionele weidegronden wanneer zij van de ene weide naar de andere moeten lopen.
  4. De gegevens van de in lid 2 bedoelde lijst worden uiterlijk vijftien dagen na de datum waarop de dieren naar de weide zijn gebracht, aan de bevoegde autoriteit meegedeeld overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1760/2000.”
  5. Wanneer de dieren bij de transhumance van de ene weide naar de andere moeten lopen, passeren zij over en grazen zij op conventionele weidegronden, zowel op weg naar en van de transhumancegebieden, als bij verplaatsingen tussen de verschillende transhumanceweidegronden.
  6. Landbouwhuisdieren kunnen bijvoorbeeld worden gehouden op een weide, in gebouwen met open zijwanden die toegang geven tot een erf, in gesloten gebouwen met natuurlijke ventilatie of in speciale, voor quarantaine en biologische inperking bestemde gebouwen die hetzij op natuurlijke wijze, hetzij kunstmatig worden geventileerd.