Betekenis van:
gisteravond

gisteravond
Bijwoord
  • de avond vóór de afgelopen nacht
"Hij werd gisteravond aangehouden en zit in de bak."

Voorbeeldzinnen

  1. Gisteravond zijn ze vertrokken.
  2. Was je gisteravond moe?
  3. Het heeft gisteravond geregend.
  4. Waart gij gisteravond thuis?
  5. Waart gij gisteravond thuis?
  6. Mijn auto is gisteravond gestolen.
  7. Mary is gisteravond laat opgebleven.
  8. Hebt ge mij gisteravond opgebeld?
  9. Ik heb een liefdesbrief geschreven gisteravond.
  10. We hebben rijst met curry gegeten gisteravond.
  11. Gisteravond heeft Tom geen avondeten gegeten.
  12. Zag je de cowboyfilm gisteravond op tv?
  13. Ze was één en al zenuwen gisteravond.
  14. Ik ontmoette mijn leraar per toeval in het restaurant gisteravond.
  15. Gisteravond was ik liever naar het concert geweest.