Betekenis van:
vanmiddag

vanmiddag
Bijwoord
  • tijdens de middag van de lopende dag

Voorbeeldzinnen

  1. Het zal regenen vanmiddag.
  2. Gaat het vanmiddag regenen?
  3. Misschien regent het vanmiddag.
  4. Laat ons vanmiddag gaan tennissen.
  5. Vanmiddag gaat het misschien sneeuwen.
  6. Ik ga vanmiddag Engels oefenen.
  7. Wat doen jullie vanmiddag op school?
  8. Ik neem mijn zoon mee naar de dierentuin vanmiddag.
  9. Ik denk niet dat het zal gaan regenen vanmiddag.
  10. Ik denk dat het vanmiddag niet gaat regenen.
  11. Het is niet mogelijk vanmiddag de boodschappen te doen omdat de winkels gesloten zijn.