Betekenis van:
ooit

ooit
Bijwoord
  • op een zeker tijdstip in het verleden
"Ooit was Flevoland de bodem van de zee."
ooit
Bijwoord
  • een mogelijk tijdstip in de toekomst
"Zal het ooit vrede worden?"

Voorbeeldzinnen

  1. Heb je ooit Hokkaido bezocht?
  2. Ooit wilde ik astrofysicus worden.
  3. Niemand heeft ooit zoiets gezien.
  4. Ze hadden elkaar ooit geholpen.
  5. Ben je ooit in het buitenland geweest?
  6. Ik heb ooit in een restaurant gewerkt.
  7. Hoe kan je ooit die taal spreken?
  8. Ben jij ooit wel eens gearresteerd?
  9. Heeft u ooit rauwe vis gegeten?
  10. Ik hoop ooit Egypte te kunnen bezoeken.
  11. Heb je ooit een ernstige ziekte gehad?
  12. Hij is knapper dan ooit tevoren!
  13. Ben jij ooit in India geweest?
  14. Heeft jouw hond je ooit gebeten?
  15. Heb je hem ooit zien zwemmen?