Betekenis van:
januari
januari (de ~ | meervoud januari's)
Zelfstandig naamwoord
- eerste maand v.h. jaar; benaming voor januari
"in januari"
Synoniemen
Hyperoniemen
januari
Zelfstandig naamwoord
- de eerste maand van het jaar
"Januari is één van de koudste maanden van het jaar."
januari
Zelfstandig naamwoord
- de eerste maand van het jaar
"Januari is één van de koudste maanden van het jaar."
Voorbeeldzinnen
- Bij ons sneeuwt het in januari.
- De eerste maand van het jaar is januari.
- Januari is de eerste maand van het jaar.
- Ik moet mijn boeken van de bibliotheek terugbrengen voor 25 januari.
- Januari
- januari-juni
- januari 2000
- Januari 2005
- Januari 2008
- Januari 2003
- JANUARI 2010
- januari 2010
- JANUARI 2008
- Vanaf 1 januari 2012:
- 1 januari 1995