Betekenis van:
aflevering

aflevering
Zelfstandig naamwoord
  • elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden
"Ik heb die aflevering al drie keer gezien!"
aflevering
Zelfstandig naamwoord
  • het afleveren van iets
"De aflevering van deze goederen zal door het noodweer wat vertraagd worden."

Voorbeeldzinnen

  1. Maar even serieus, om aflevering 21 moest ik zowat huilen van het lachen.
  2. Aflevering
  3. soort aflevering,
  4. Kennisgeving van aflevering
  5. De aflevering mag worden gesplitst.
  6. Aflevering en inontvangstneming van afval
  7. Kennisgeving aan de inschrijver en aflevering
  8. de datum van aflevering van de partij aardappelen of tomaat;
  9. Andere problemen bij de aflevering van goederen/dienstverlening
  10. de datum van aflevering van de partij aardappelen;
  11. soort strafbaar feit in verband waarmee de gecontroleerde aflevering plaatsvindt.
  12. de opslagplaats(en) waar de aflevering moet gebeuren.
  13. het tijdschema voor de aflevering van de producten;
  14. Kleine semiduurzame elektrische huishoudapparaten; omvat aflevering en reparatie, indien van toepassing.
  15. de aflevering van de vaccins en de verdunningmiddelen als omschreven in artikel 1, lid 2; alsmede