Betekenis van:
karst

karst
Zelfstandig naamwoord
  • de verzameling verschijnselen die samenhangen met de oplosbaarheid van kalksteen onder invloed van koolzuur in de atmosfeer
"Een gebied met karst trekt vaak veel toeristen."

Voorbeeldzinnen

  1. Sparhout: Picea abies Karst., Abies alba Mill.
  2. Sparhout: Picea abies Karst., Abies alba Mill.
  3. sparhout van de soort „Picea abies Karst.” of hout van de zilverspar (Abies alba Mill.)